Verschillen en overeenkomsten tussen IUI, IVF en ICSI

– Inleiding
Drie vormen van kunstmatige inseminatie
Behandeling: drie fasen
Kans op zwangerschap
Hoe vaak en hoe snel achter elkaar kunt u behandeld worden

Inleiding
Bij een normale vruchtbaarheid kunnen zaadcellen tijdens de vruchtbare periode van de vrouw op eigen kracht via het slijm van de baarmoedermond, de baarmoeder en doorgankelijke eileiders, de buikholte bereiken. Onderweg behoren de eerste zaadjes een tegemoetkomende eicel te kunnen binnendringen.

Indien zaadcellen de eicel niet kunnen bereiken doordat bijvoorbeeld de zaadcellen te traag of te gering in aantal zijn of doordat de weg naar de eicel ergens geblokkeerd is, kan dit mogelijk door een vorm van kunstmatige inseminatie verholpen worden. (Alleen de vervoersfunctie van de zaadcel word gecorrigeerd of overgenomen.)


Er bestaan drie vormen van kunstmatige inseminatie:IUI: Inseminatie van de zaadcellen in de baarmoeder door middel van Intra Uteriene Inseminatie.

Dit wordt toegepast bij:
– onbegrepen verminderd vruchtbaar
– een iets verminderde zaadkwaliteit
– moeilijk doorgankelijk slijm van de baarmoedermond
– bij gebruik van donorzaad, vers of ‘gecryopreserveerd’ (dit zijn zaadjes die in vloeibare stikstof tijdelijk worden bewaard)

(In Tilburg kan er slechts gebruik gemaakt worden van donorzaad van een bekende donor)

IVF: De afkorting IVF staat voor In Vitro Fertilisatie. Dit wil zeggen dat de eicellen buiten het lichaam in een glazen schaaltje in contact met de zaadcellen worden gebracht. Ook op deze manier kan, evenals bij IUI, een spontane bevruchting plaatsvinden.

IVF past men toe bij:
– bij verminderde vruchtbaarheid zonder dat een aanwijsbare oorzaak gevonden is (eventueel na IUI)
– een verminderde zaadkwaliteit
– niet doorgankelijke eileiders
– (gevorderde leeftijd van de vrouw)

Men kan onder een microscoop waarnemen of de bevruchting (= fertilisatie) van de eicel spontaan heeft plaatsgevonden.
De kans dat dit lukt is ongeveer 90 procent en is zeer afhankelijk van de kwaliteit van de eicellen.

ICSI: De afkorting ICSI staat voor Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie, waarmee wordt bedoeld: de injectie van één levende zaadcel in de eicel.

ICSI past men toe bij:
– ernstige zaadproblemen
– na eerder uitblijven van bevruchting na IVF

IVF en ICSI zijn vrijwel gelijke behandelingen. Met betrekking tot de voorbereidingen zijn ze identiek. De indicatie voor ICSI is echter een ernstige mannelijke factor, met andere woorden er moet sprake zijn van een slechte zaadkwaliteit.

Bij beide vindt er hormonale stimulatie plaats middels injecties. Wanneer er voldoende eiblaasjes groot genoeg zijn, vindt er een vaginale eicelpunctie plaats. Vervolgens worden bij IVF de beste zaadjes bij de eicellen gevoegd in een bakje, waarna de zaadjes de eicellen kunnen binnendringen om ze te bevruchten. Er zijn namelijk meerdere zaadjes nodig om één zaadje binnen te laten dringen. Bij ICSI wordt er per gevonden eicel een mooi zaadje geselecteerd en met een microscopisch klein naaldje geïnjecteerd. De zaadcel heeft op deze manier niet meer de hulp nodig van andere zaadjes en hoeft zo niet op eigen kracht de eicel meer binnen te dringen. Hopelijk vindt op deze manier vervolgens dan de bevruchting plaats.

Een eicel is bevrucht wanneer de kernen van de eicel en zaadcel samengesmolten zijn.
(De kans dat dit lukt is ongeveer 95 procent; de vrouwelijke partners van de ‘ICSI-paren’ hebben meestal goede eicellen)

Een IUI-, IVF- of ICSI- behandeling heeft alleen zin als de spontane kans op zwangerschap afwezig, of beduidend kleiner is, dan de kans op zwangerschap bij een IUI-, IVF- of ICSI- behandeling.

Behandeling
In het algemeen bestaat de behandeling, evenals in de spontane cyclus, uit drie fasen:

Fase 1: de eicelrijping
Normaal gesproken rijpt er bij de vrouw elke maand een eiblaasje (follikel) in één van de eierstokken. De eicel bevindt zich in dit eiblaasje. Om een beter resultaat te bereiken met de behandelingen, wordt gestreefd naar de ontwikkeling van meerdere eiblaasjes. Dit is mogelijk door toediening van geslachtshormonen (gonadotrofines). Deze hormonen worden per injectie toegediend.

De met vocht gevulde eiblaasjes kunnen met echoscopie zichtbaar gemaakt en opgemeten worden. De eicel zelf is nooit te zien. De eiblaasjes krijgen het predicaat ‘rijp’ als deze een doorsnede van ongeveer 17 mm hebben. Vervolgens wordt een afsluitende injectie toegediend die de laatste fase van de eicelrijping in gang zet, 34 tot 36 uur later volgt de eicelpunctie (IVF/ ICSI) of de intra-uteriene inseminatie (IUI).

Fase 2: de bevruchting
De bevruchting is de versmelting vanchromosomen van de eicel met chromosomen van de zaadcel. Bij IUI vindt dit plaats in het lichaam van de vrouw. Bij IVF of ICSI vindt de bevruchting plaats in het laboratorium. Als dit gelukt is, worden één of twee bevruchte eicellen, nu embryo genoemd, in de baarmoeder geplaatst.

Fase 3: de innesteling
Na de bevruchting van de eicel moet het embryo om te kunnen overleven zich in de wand van de baarmoeder nestelen; alleen dan kan een zwangerschap ontstaan en blijft hierdoor de menstruatie uit. De innesteling in de baarmoeder vindt drie tot vijf dagen na de bevruchting plaats.

De kans op een zwangerschap
Zoals al eerder gezegd, wordt geprobeerd met IUI-, IVF- of ICSI- behandelingen een niet aanwezige kans of een verlaagde kans op zwangerschap te normaliseren. De kans op zwangerschap wordt door vele factoren beïnvloed. Vooral de kalender- en biologische leeftijd spelen hierbij een belangrijke rol.

Heel algemeen kan men zeggen dat de kans op een doorgaande zwangerschap bij IUI ongeveer 15 procent is en bij IVF of ICSI ongeveer 20 à 25 procent per behandeling is.
Een vrouw is het meest vruchtbaar in de periode tussen 18 en 32 jaar. Hierna hebben de kleiner wordende eicelvoorraad en afnemende eicelkwaliteit een steeds grotere invloed op de vruchtbaarheid. Bij de man ligt dit anders en heeft de leeftijd een minder grote invloed op de zaadkwaltiteit.

Van de vrouwen die zwanger worden, krijgt ongeveer 6 procent een tweeling.
In verband hiermee plaatsen we liever bij IVF/ICSI één embryo terug indien de kwaliteit van dit embryo goed is. Drielingzwangerschappen komen zéér sporadisch voor. De meeste zwangere vrouwen krijgen dus een eenling.

Hoe vaak en hoe snel achter elkaar kunt u behandeld worden?
– IUI
In principe kan er iedere maand een IUI- behandeling uitgevoerd worden zonder pauze, tenzij u een ‘ouder’ stimulatieschema heeft gehad met Decapeptyl of Triptofem.

– IVF en ICSI
De meeste verzekeringen vergoeden drie behandelingen, waarmee in het algemeen gekeken wordt naar het aantal uitgevoerde puncties. Het streven is deze drie behandelingen binnen een jaar aan te bieden. In de praktijk betekent dit dat u ongeveer iedere drie maanden een ‘verse’ behandeling mag verwachten. Na iedere ‘verse’ behandeling dient een maand pauze in acht genomen te worden. Cryocycliprocedures kunnen in principe iedere maand opeenvolgend worden uitgevoerd. Soms zijn de wachttijden wat langer omdat het laboratorium tweemaal per jaar een aantal weken gesloten moet zijn.

Deze website gebruikt alleen functionele cookies om goede werking van de website te garanderen. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten