"Beoordelen of de eileiders doorgankelijk zijn"

Eileiderdiagnostiek: CAT (Chlamydia), HSG en laparoscopie

Eileideronderzoek
Middels eileiderdiagnostiek wordt vaak het oriënterend fertiliteitsonderzoek afgesloten. Als er nog geen oorzaak is gevonden van een uitblijvende zwangerschap, is het belangrijk de doorgankelijkheid van de eileiders te onderzoeken. Dit kan middels een HSG (baarmoederfoto) of laparoscopie (kijkoperatie) met tubatesten (eileidertest).

Is er in uw voorgeschiedenis aanleiding tot verdenking van afwijkingen in de buik (bijvoorbeeld na een gecompliceerde blindedarmontsteking) dan zal er een afweging gemaakt worden ten aanzien van risico’s van met name een laparoscopie (bloeding, perforatie van een darm). Bij verdenking op endometriose is laparoscopie het belangrijkste middel om de diagnose vast te kunnen stellen. Middels een kijkoperatie (laparoscopie met tubatesten) kunnen we niet alleen de eileiders testen, maar ook de omgeving van de eierstokken en eileiders inspecteren, bijvoorbeeld of er verklevingen zijn ontstaan na een ontsteking waardoor de uiteinden van de eileiders de eicel niet meer op kunnen pikken uit de vrije buikholte na de eisprong.

Immers, bij afgesloten eileiders zullen zaadcellen, afkomstig uit de vagina en baarmoeder, nooit de eicel kunnen ontmoeten afkomstig uit de eierstok.

Chlamydia test (bepaling CAT, Chlamydia-IgG-antilichaamtest)
Voorafgaand aan eileiderdiagnostiek wordt er middels bepaling van chlamydia-antistoffen (CAT) in het bloed gekeken of u eerder in contact bent gekomen met Chlamydia Trachomatis, een bacterie. Chlamydia Trachomatis is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening en kan bij vrouwen in een enkel geval onvruchtbaarheid veroorzaken door het aanbrengen van schade aan de eileiders. Indien er bij u antistoffen worden aangetoond, krijgen zowel uw partner als uzelf een antibioticumkuur voorafgaand aan de HSG.

Een positieve uitslag voor Chlamydia Trachomatis betekent niet perse dat er een infectie bestaat met C. Trachomatis of heeft bestaan. Andersom betekent een negatieve uitslag ook niet dat er in het verleden nooit een infectie met C. Trachomatis heeft plaatsgevonden of dat er geen schade aan de eileiders kan bestaan.
Dit hangt samen met het veel voorkomen van fout-negatieve CAT-resultaten, dat wil zeggen dat er geen IgG-antistoffen worden aangetoond bij patiënten die wel eileiderafwijkingen hebben. Bij sommige van deze patiënten zullen er geen Chlamydia-antistoffen worden gevonden doordat bij hen de oorzaak van de eileiderafwijkingen niet samenhangt met Chlamydia, zoals bij endometriose of salpingitis (eileiderontsteking) ten gevolge van andere micro-organismen.
Bij anderen zullen er geen Chlamydia-antistoffen gevonden worden ondanks een eerder doorgemaakte C. trachomatis-infectie; op grond van dit fenomeen heeft men wel gedacht dat antilichamen tegen Chlamydia na verloop van tijd kunnen verdwijnen uit het bloed. Aangezien het merendeel van de verminderd vruchtbare vrouwen die tijdens het vroeg volwassen leven een Chlamydia-infectie hebben doorgemaakt pas gemiddeld ruim 10 jaar later naar een fertiliteitskliniek komt, is het mogelijk dat bij hen de IgG-antistoffen niet meer aantoonbaar zijn. Uit onderzoek naar het verloop van antilichamen bij verminderd vruchtbare vrouwen is echter gebleken dat er geen duidelijke daling in de hoeveelheid antilichamen optreedt in een periode van 4-7 jaar, ook niet bij acute Chlamydia-infecties die met antibiotica behandeld waren. Hieruit kan men concluderen dat deze antilichamen lange tijd aanwezig blijven, en dat een afname ervan geen relevante oorzaak is voor fout-negatieve CAT-resultaten.
Daarnaast bestaan er ook fout-positieve CAT-resultaten. Een mogelijke verklaring voor een fout-positieve uitslag is een kruisreactie tussen Chlamydia trachomatis en Chlamydia pneumoniae, een bacterie die tot dezelfde familie behoort. Meer dan 70 % van de verminderd vruchtbare vrouwen heeft antilichamen tegen C. pneumoniae. Hoewel men geprobeerd heeft om soortspecifieke tests te ontwikkelen, zijn er nog geen CAT’s waarin een kruisreactie uitgesloten is. Alhoewel de uitslag dus positief is, hoeft er zeker geen sprake te zijn van eileiderafwijkingen. Een dergelijke uitslag vereist in ieder geval zeker geen acute actie.

Hysterosalphingografie (HSG)
Dit onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie en wordt uitgevoerd door een van de fertiliteitsartsen. Belangrijk is om voor het ondergaan van het onderzoek zeker te weten dat u niet zwanger bent. Bij voorkeur wordt het onderzoek daarom verricht tussen cyclusdag 5 en 12.

Een HSG-onderzoek kan pijnlijk zijn. Tijdige pijnmedicatie (500 mg Naprosyne als zetpil één à anderhalf uur voor de ingreep) naast 2 paracetamols van 500 mg kan zorgen voor enige verlichting tijdens de ingreep.

Tijdens dit onderzoek worden er röntgendoorlichtingen gemaakt zodat het gebruikte contrast een beeld geeft van de vorm van de baarmoeder en vorm en doorgankelijkheid van de eileiders.

Het is bekend dat de olie (verwarmde Lipiodol, jodiumhoudend) die hierbij gebruikt wordt, tot ongeveer een half jaar later een iets hogere zwangerschapskans geeft. Na de HSG wordt op indicatie na ongeveer een half uur nog een restfoto gemaakt.

Wij raden u aan om niet zelf naar huis te rijden, omdat u nog wat misselijk kunt zijn of buikpijn kunt hebben.
De volgende dag kunt u uw dagelijkse bezigheden weer hervatten.

Een folder met informatie over de HSG vindt u hier.

Mocht er na de HSG blijken dat mogelijk beide eileiders niet doorgankelijk zijn, dan zal een kijkoperatie (laparoscopie) volgen.

Laparoscopie
Belangrijk is om voor het ondergaan van het onderzoek zeker te weten dat u niet in verwachting bent.

Bij voorkeur wordt het onderzoek daarom verricht tussen cyclusdag 5 en 12.
Voor dit onderzoek wordt u opgenomen op de afdeling Dagopname van locatie TweeSteden. Deze ingreep vindt plaats op een operatiekamer door een van de ervaren arts-assistenten of gynaecologen. U krijgt een roesje, zodat u van de ingreep niets merkt. Nadat er een gaatje is gemaakt in uw buik ter hoogte van uw navel, wordt er een gas in uw buik geblazen om overzicht te krijgen. Vervolgens wordt er een camera door het gaatje ingebracht. Daarna wordt er via de baarmoedermond een blauw gekleurde vloeistof samen met een olie de baarmoeder ingespoten die vervolgens door de eileiders naar buiten de buikholte horen in te lopen.

Het is bekend dat de olie (verwarmde Lipiodol, jodiumhoudend) die hierbij gebruikt wordt, tot ongeveer een half jaar later een iets hogere zwangerschapskans geeft. Wij raden u verder aan om niet zelf naar huis te rijden, omdat u nog wat misselijk kunt zijn of buikpijn kunt hebben.
De volgende dag kunt u vaak uw dagelijkse bezigheden weer hervatten. Wel kunt u nog wat schouderpijn ervaren als gevolg van prikkeling van het middenrif door het gebruikte gas en wat spierpijn.

Een folder met informatie over de diagnostische laparoscopie vindt u hier, evenals een folder over de gynaecologische operaties in het ETZ.

Deze website gebruikt alleen functionele cookies om goede werking van de website te garanderen. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten