"Vrijen hoeft dus zeker niet iedere dag te gebeuren"

Zwanger worden ‘puur natuur’

Menstruele cyclus
De aansturing van de menstruele cyclus gebeurt onder andere door een hormoonproducerend orgaantje in de hersenen, de hypofyse. Deze produceert FSH en LH. FSH zorgt voor de groei van een eiblaasje, waarin zich een eicel bevindt. Wanneer dit blaasje rijpt, worden er door het eiblaasje oestrogenen afgegeven aan het bloed, zodat de afgifte van FSH geremd wordt. Wanneer het blaasje groot genoeg is, vindt vervolgens door de afgifte van LH de laatste eirijping en eisprong plaats. Het blaasje waaruit de eisprong heeft plaatsgevonden, verandert vervolgens in het corpus luteum (het gele lichaam). Dit gaat progesteron produceren zodat het onder invloed van oestrogenen opgebouwde endometrium (binnenbekleding van de baarmoeder) een poosje in stand gehouden kan worden. Vindt er een innesteling plaats, dan gaat het vruchtje zwangerschapshormoon (hCG) produceren. Dit zal de functie van het gele lichaam overnemen en het baarmoederslijmvlies (endometrium) zal behouden blijven. Vindt er geen innesteling plaats, dan blijft de productie van hCG uit en zal het progesteron afnemen. Hierdoor wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten en zal er een bloeding optreden: de menstruatie.

Functie baarmoedermond
In de periode voor de eisprong verandert ook het slijm van de baarmoedermond onder invloed van de oestrogenen die een rijpend eiblaasje afgeeft aan het bloed. Hierdoor wordt het slijm overvloediger en beter doorgankelijk voor zaadcellen en kan het slijm een soort van reservoirfunctie vervullen voor ‘wachtende; zaadcellen van waaruit dan continu zaadjes de tocht naar de buikholte aanvangen. Hierdoor wordt de eerste hindernis die zaadcellen moeten trotseren makkelijker te nemen. Na de zaadlozing komen de zaadcellen immers als eerste in aanraking met de vagina. Zaadcellen zijn slecht tegen de zuurgraad van de vagina bestand en zullen hun toevlucht zoeken in het slijm. Goede zaadcellen kunnen in een gunstige omgeving vervolgens drie tot vier dagen blijven voortbewegen. Deze drie tot vier dagen rondom de eisprong vormen de vruchtbare periode. Bij vruchtbare paren is dit slijm vaak al ook vier dagen voor de eisprong in ruime mate aanwezig en al goed doorgankelijk voor zaadjes, zodat het slechts eenmaal hebben van ‘samenleving; in deze vier dagen voor de eisprong al voldoende is om ervan in verwachting te raken. Bij verminderd vruchtbare paren zien wij vaak dat óf het slijm óf het zaad óf zelfs beiden van minder goede kwaliteit kunnen zijn. Naarmate de kwaliteit van het baarmoedermondslijm (soms ‘vijandig slijm’ genoemd), de zaadcellen (aantal, vorm en beweeglijkheid) of beide minder is wordt het aantal ‘zaaddoorgankelijke’ dagen minder tot geen.

Eisprong
Nadat de zaadcellen het slijm in de baarmoedermond en baarmoederhals gepasseerd zijn zetten zij hun weg voort via de baarmoederholte en de eileiders (die dan uiteraard doorgankelijk moeten zijn!) richting eierstokken waar nu ieder moment de eicel uit het eiblaasje kan komen (eisprong).

De eisprong is het ‘openbarsten’ van een eiblaasje zodat het vocht met hierin de eicel in de vrije buikholte terecht komt. Na de eisprong zal de eicel meteen gaan afdalen in de eileider richting de baarmoeder.
De inmiddels al in de buikholte aanwezige zaadcellen zullen deze eicel als eerste vinden en hopelijk leidt deze ontmoeting tot een bevruchting.

De eisprong vindt onder normale omstandigheden halverwege de menstruatiecyclus plaats. Wanneer er spanning staat op het blaasje, kan dit gevoeld worden als een ietwat zeurende buikpijn.

Een eicel kan na de eisprong maximaal 12 tot 24 uur overleven

Bevruchting

Na de eisprong kan één van de vele, inmiddels in de buikholte aanwezige zaadcellen, de eicelschil (zona pellucida) doorboren en deze dan meteen voor andere zaadcellen afsluiten.

Hierna vindt de bevruchting (fertilisatie) plaats: chromosomen van de zaadcel versmelten met de chromosomen van de eicel. Dit is een onbegrijpelijk ingewikkeld proces dat geheel op natuurlijke niet te beïnvloeden wijze vanzelf plaatsvindt. De bevruchte eicel wordt nu embryo genoemd en de eerste celdelingen starten..

Het embryo zal verder afdalen door de eileider naar de baarmoeder en daar uitgroeien tot het zogenaamde pre-implantatie embryo om vervolgens ongeveer vijf dagen oud, in te gaan nestelen. Hierna kan het verder groeien tot een voldragen zwangerschap. Onder normale omstandigheden is de kans hierop ongeveer 20 procent per maand, afhankelijk van de leeftijd van de vrouw.

De kwaliteit van een embryo blijkt dus uit het vermogen te kunnen innestelen en uitgroeien tot een gezonde baby.

Seks
Omdat zaadcellen veel langer kunnen overleven dan eicellen, geeft gemeenschap voor de eisprong dus een aanzienlijk hogere kans op zwangerschap dan na de eisprong. Om de kansen zo optimaal mogelijk te benutten wordt dan ook geadviseerd om bij een regelmatige cyclus van 28 dagen vanaf ongeveer cyclusdag 12 ongeveer vier keer gemeenschap te hebben om de dag. Dagelijks is niet nodig. Bij een langere cyclus van bijvoorbeeld 30 dagen, verschuift het advies dan naar een start op ongeveer cyclusdag 14 en bij een kortere cyclus juist naar voren.

Deze website gebruikt alleen functionele cookies om goede werking van de website te garanderen. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten