"De injectie van één levende zaadcel in de eicel"

ICSI

Het ICSI-traject bestaat uit meerdere fases, welke allemaal doorlopen moeten worden.

  • Wat is ICSI
  • Voorbereiding ICSI-traject
  • Eicelpunctie
  • Embryobeoordeling
  • Embryotransfer (ET)
  • Het invriezen van embryo’s
  • Bekijk onze video over ICSI

Wat is ICSI?
Indien de verminderde vruchtbaarheid veroorzaakt wordt door zaadcellen die niet in staat zijn de eicellen ‘spontaan’ te bevruchten, komt men in aanmerking voor ICSI. ICSI staat voor intracytoplasmatische sperma injectie. De zaadcel is kennelijk niet in staat om op eigen kracht door de wand van de eicel heen te dringen. Met behulp van een micro-injectie wordt onder een microscoop één levende zaadcel in de eicel geïnjecteerd. Indien de bevruchting (samensmelting) gelukt is en er embryo’s zijn ontstaan, worden 1 maximaal 2 embryo’s in de baarmoeder gebracht.

Het ICSI-traject verschilt alleen van het IVF-traject op het punt van de bevruchting., de overige stappen zijn identiek.

Voorbereiding ICSI-traject
Het ICSI-traject is medisch en psychisch een behoorlijk zwaar traject, al zal het de een zwaarder vallen dan de ander.
De eigen persoonlijkheid, de relatie met de partner, het sociale netwerk, de relaties op het werk en de begeleiding in het ziekenhuis zullen allemaal van invloed zijn op de beleving van de behandeling. De meeste patiënten doorstaan het traject goed. Mochten er echter persoonlijke problemen optreden of problemen in de relatie, dan horen wij dat graag tijdig, zodat we extra hulp in kunnen schakelen in de vorm van een ondersteunend gesprek met arts en/of verpleegkundige, maatschappelijk werk of psycholoog.

Om u tijdens de behandelingen zo goed mogelijk te begeleiden, zullen er verschillende gesprekken plaatsvinden, bijvoorbeeld om de behandeling uit te leggen of te evalueren. U krijgt van ons een uitgebreide map met informatie over de behandeling en de afdeling. Daarnaast kunt u op deze website veel informatie vinden en staan de verpleegkundigen u graag te woord tijdens het telefonisch spreekuur.

Nadat besloten is dat u in aanmerking komt voor ICSI, zal eerst op de polikliniek een uitgebreid gesprek plaatsvinden met de arts. Daarna vindt er nog een gesprek plaats met de verpleegkundige. Punten die onder andere aan de orde komen zijn:

  • algemene uitleg over de behandeling, zie inleiding hiervoor en de teksten hierna
  • kansen
  • risico’s
  • het gekozen stimulatieschema en medicatie
  • screening op Hepatitis B, C en HIV (cryoscreening)
  • zaadonderzoek
  • uitleg over de mogelijkheid om eventueel embryo’s in te vriezen en deze later terug te laten plaatsen
  • terugplaatsen van één of twee embryo’s
  • Spuitinstructie
  • Proefterugplaatsing
  • Informatiemap
  • Gebruik van foliumzuur
  • Psychologische begeleiding/ondersteuning
  • Leefstijlfactoren, zoals roken, gewicht etc.

Hieronder worden de bovengenoemde punten kort toegelicht:

Kansen
Per behandeling is er ongeveer 25-30 procent kans op succes. Na drie behandelingen is ongeveer 70 procent van de patiënten zwanger. Hieraan draagt ook de kans op zwangerschap bij na een cryoterugplaatsing. De succeskans per cryoterugplaatsing ligt iets lager dan 20 procent.

Mogelijke risico’s van ICSI
Bij ICSI worden de risico’s gevormd door zowel de hormonen als de punctie.
Ook het aantal teruggeplaatste embryo’s speelt een belangrijke rol.

– OHSS
Door de hormonen kan een ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS) ontstaan. Hierbij lekt er vocht uit de bloedvaten het omliggende weefsel in, waardoor het bloed zelf indikt en er een verhoogde kans op onder andere trombose ontstaat. Daarnaast geeft het vrije vocht fysieke klachten. Misselijkheid, bolle buik en aankomen in gewicht kunnen tekenen zijn van een OHSS.

OHSS kan in verschillende mate optreden: van heel mild tot heel ernstig, zelfs zodanig dat opname in het ziekenhuis noodzakelijk is. OHSS valt niet (altijd) goed te voorspellen, maar een fors aantal eiblaasjes geeft een verhoogd risico. Daarom worden patiënten met een forse stimulatie altijd goed geïnformeerd, geïnstrueerd en echoscopisch gevolgd. Zo nodig wordt de behandeling voor of zelfs na de punctie nog afgebroken. Als de behandeling na de punctie wordt afgebroken, worden zo veel mogelijk embryo’s ingevroren om ze op een later – rustiger – moment te kunnen terugplaatsen.

Als het risico op OHSS bestaat, kan dit een reden zijn om slechts één embryo terug te plaatsen.

– Bloeding/ infectie/ EUG (buitenbaarmoederlijke zwangerschap)/ miskraam
Er bestaat een zeer kleine kans op een bloeding of infectie in de buik. Ook een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wordt wat vaker na een behandeling gezien. Vandaar dat er altijd een bloedtest volgt na de behandeling. Tevens bestaat er een iets toegenomen risico op een miskraam. We weten niet goed of dit het gevolg is van de behandeling of het feit dat dit paar al niet makkelijk zwanger wordt.

– Tweelingzwangerschap
De meest voorkomende complicatie is een tweelingzwangerschap. De laatste jaren is men in heel Nederland daarom steeds voorzichtiger geworden met het terugplaatsen van twee embryo’s, met name bij jongere vrouwen en na bewezen vruchtbaarheid.

Het doel van de behandeling is immers om u uiteindelijk met een gezond kind naar huis te laten gaan. Tweelingzwangerschappen zijn nooit de bedoeling, zeker omdat het zwangerschappen zijn die met een verhoogd risico voor zowel moeder (hoge bloeddruk, zwangerschapsdiabetes) als kinderen (groeivertraging, vroeggeboorte) gepaard gaan.

– Cancelrisico
Er bestaat altijd een risico dat een stimulatie niet verloopt zoals we willen. Er kunnen teveel blaasjes ontstaan, te weinig, er kan vaginaal bloedverlies optreden of er kunnen externe factoren ontstaan waardoor het verstandig is een behandeling te cancellen. Uiteraard zullen wij doen wat we kunnen, maar soms moeten we een behandeling echt afblazen.

Stimulatieschema en -medicatie
Er wordt vóór aanvang van de behandeling een keuze door de arts gemaakt of u in aanmerking komt voor het korte of het lange stimulatieschema. Het korte schema is in principe alleen bedoeld voor die vrouwen bij wie het lastiger is om een mooi aantal follikels te laten groeien doordat de eierstokken al minder eiblaasjes bevatten. Vaak wordt het korte schema dan ook gecombineerd met de maximale dosering Gonal-f.

Het stimulatieschema wordt besproken, ingevuld en meegegeven.

De kans op slagen wordt mede bepaald door het aantal eicellen dat we per behandeling verkrijgen. Om meerdere eicellen tot ontwikkeling te brengen, moeten de eierstokken gestimuleerd worden. Dit gebeurt met FSH (follikelstimulerend hormoon, Gonal-f) dat normaal gesproken tijdens de spontane cyclus door een kliertje in de hersenen, de hypofyse, wordt afgescheiden. Tijdens de eigen cyclus wordt de productie van dit hormoon door het lichaam zo geregeld, dat slechts een eicel tot rijping komt. Voor een ICSI- behandeling is het echter wenselijk om meerdere eicellen tot rijping te brengen. Om dit te laten gebeuren, wordt de activiteit van de hypofyse tijdelijk stilgelegd, eventueel met behulp van de pil voorafgaand (lang schema) of alleen kortstondig en gelijktijdig met de stimulatie (kort schema) middels injecties. De medicatie die we hiervoor gebruiken, LHRH-analoog, Decapeptyl, werkt heel selectief op de productie van het FSH en heeft geen enkel nadelig effect. Daarnaast wordt FSH (Gonal-F) dagelijks via een injectie toegediend. Gemiddeld duurt een stimulatie vijftien dagen, maar dat kan sterk variëren. Er zijn verschillende hormoonproducten op de markt. De arts zal met u bespreken welk product voor uw behandeling het meest geschikt is. Voor meer informatie over medicatie en spuitinstructies kunt u hier klikken (link aanmaken)

Het verloop van de stimulatie wordt nauwgezet via echografie en eventueel bloedonderzoeken gevolgd. Dit is noodzakelijk om de stimulatie te kunnen bijsturen en om het moment te bepalen waarop de eicellen rijp zijn. Op het ogenblik dat de follikels (blaasjes waarin de eicellen zich bevinden) een diameter van ongeveer 20 mm hebben bereikt, wordt de laatste stap van de eicelrijping op gang gebracht door middel van een injectie met hCG-preparaat (Ovitrelle). De eicelpunctie gebeurt 36 uur na deze injectie. Het is dus belangrijk dat de injectie met hCG gebeurt op het afgesproken tijdstip (meestal tussen 20 en 24 uur).

Cryoscreening
Het kan voorkomen dat er in het laboratorium, na de embryotransfer (ET), mooie embryo’s overblijven. Alleen wanneer deze embryo’s van voldoende goede kwaliteit zijn, zullen deze embryo’s voor u worden ingevroren en bewaard. Ongeveer twee weken na de terugplaatsing, krijgt u schriftelijk bericht of er al dan niet en hoeveel embryo’s in hoeveel rietjes zijn ingevroren.

Wilt u gebruik maken van de mogelijkheid tot invriezen, dan zult u zich één keer per twee jaar moeten laten screenen op HIV, Hepatitis B en Hepatitis C (cryoscreening) voorafgaand aan de behandeling. Indien er sprake blijkt van een of meerdere infecties, heeft dit consequenties voor het eventueel invriezen van embryo’s.

U zult ook beiden het ‘invriescontract’ moeten ondertekenen dat u meekrijgt wanneer de punctiedatum met u wordt afgesproken en een machtigingsformulier. Op de punctiedag zelf kunt u het contract en machtiging weer ingevuld teruggeven. Omdat het hier om potentieel menselijk leven gaat moeten we uiterst voorzichtig en volgens strikte voorzorgsmaatregelen met het materiaal omgaan. Dit betekent dat er een overeenkomst moet zijn tussen u en het ziekenhuis met regels waaraan beide partijen zich te houden hebben. Zo’n overeenkomst komt nogal zakelijk over maar wij hopen dat u het met ons eens bent dat dergelijke afspraken goed vastgelegd moeten worden. Mochten wij langer dan een jaar materiaal voor u in bewaring houden, dan worden er geringe kosten doorberekend, vandaar de machtiging.

Zaadonderzoek
Over zaadonderzoek valt heel veel te vertellen. Indien wij nog nooit eerder een semenmonster van een paar hebben gezien, willen wij dit graag eenmalig onderzoeken om de kwaliteit te beoordelen. Uw arts kan u hier meer over vertellen. Daarnaast vindt u veel informatie in de kennisbank bij zaadonderzoek.

Informatiemap
De verstrekte informatiemap kan later nog eens rustig doorgelezen worden. Hierin staat veel informatie met betrekking tot de behandeling en allerlei praktische en logistieke tips en adviezen.

Spuitinstructie
Voor een uitgebreide spuitinstructie door de verpleegkundige kunt u een afspraak maken. Neem voor dit bezoek de voorgeschreven medicijnen mee en het meegegeven behandelschema. Na dit bezoek zal alles duidelijk zijn. Mochten er toch nog vragen zijn, dan kan er tijdens het telefonisch spreekuur altijd nog contact worden opgenomen.

Proefterugplaatsing
Indien er geen inseminaties hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de ICSI- behandeling, dient een proefterugplaatsing te worden uitgevoerd tijdens een menstruatie voorafgaand aan de stimulatie. Zo kan duidelijk worden of er problemen te verwachten zijn tijdens de latere embryoterugplaatsing (embryotransfer). Dit onderzoek wordt tijdens de menstruatie uitgevoerd zodat we zeker zijn dat er geen sprake is van een zwangerschap en de baarmoedermond een beetje openstaat, zodat het onderzoek wat makkelijker gaat.

Er mogen overigens geen embryo’s meer ingevroren zijn op het moment dat u aan een nieuwe ICSI-behandeling begint.

De echo’s en de (geplande) terugplaatsing worden beiden apart gefactureerd. Zolang de cryocyclusprocedures binnen de eerste drie ICSI-behandelingen vallen, zullen de onkosten in principe vergoed worden door uw zorgverzekeraar.

Terugplaatsbeleid

Per 1 januari 2013 is nieuwe wetgeving van kracht geworden. Hierin is bepaald dat bij vrouwen beneden 38 jaar tijdens de eerste twee behandelingen (inclusief cryocyclusprocedures) nog maximaal één embryo teruggeplaatst wordt, ongeacht de kwaliteit. Uitzondering op deze regel: als uit een eerdere behandeling nog cryo-embryo’s resteren die per twee ingevroren zijn, mogen deze beide teruggeplaatst worden.

De dag van de eicelpunctie
Op de dag van de punctie worden de eicellen en zaadcellen samengebracht. Er moet dus veel gebeuren die dag:
– Inleveren van sperma
– Eicelpunctie
– Ondertussen in het laboratorium
– Transportpunctie
– en verder?

De eicelpunctie vindt vaak rond de zestiende cyclusdag plaats wanneer er ruim twee weken stimulatie heeft plaatsgevonden.

Het is raadzaam om voor de punctie een normaal ontbijt te gebruiken, tezamen met twee maal 500mg Paracetamol.
U mag op de dag van de punctie op een speciaal gereserveerde plaats parkeren bij de achteringang van het ziekenhuis.

Inleveren van sperma
Ongeveer een kwartier voor de punctie moet het sperma bij ons laboratorium (route 92) worden ingeleverd. Bij het afspreken van de punctie krijgt u hiervoor al een potje mee. Het sperma wordt verkregen door masturbatie (zelfbevrediging). Bedraagt uw reistijd minder dan één uur, dan kunt u het sperma thuis produceren en voor de punctie inleveren bij het fertiliteitslaboratorium. Als uw reistijd langer is of als u om andere redenen in het ziekenhuis wilt of moet produceren, dan is hiervoor in ons fertiliteitslaboratorium een speciale ruimte beschikbaar. (Voor gebruikmaking van de ruimte moet men van te voren een afspraak maken door te bellen naar 013-5392634, ons laboratorium). Tijdens de afgifte controleren u of uw partner en een medewerker de gegevens op het semenpotje en het labformulier en zetten hun paraaf ter bevestiging. Brengt u daarvoor alstublieft beide ponsplaatjes mee.

Hoe gaat dat, zo’n eicelpunctie?
U krijgt van de verpleegkundige eerst een pijnstillende en rustgevende injectie in de bil. Met deze pijnstilling wordt de behandeling door de meeste vrouwen goed verdragen. Daarna kleedt u zich uit en maakt u de blaas even goed leeg. Nadat u op de gynaecologische stoel hebt plaatsgenomen, wordt (na het inbrengen van de eendebek) de schede/vagina schoongemaakt met een steriele zoutoplossing.

Vervolgens wordt een echostaaf (= transducer) ingebracht om de eierstokken zichtbaar te maken, waarna de eiblaasjes via de vaginawand aangeprikt en leeggezogen worden. U kunt op een monitor precies zien hoe dit aanprikken in zijn werk gaat. De vloeistof uit de eiblaasjes wordt opgevangen in buizen die voorzien zijn van de eerste twee letters van de achternamen van de patienten. De volle buizen worden overhandigd aan de aanwezige laborant en druppel voor druppel nagekeken op de aanwezigheid van eicellen onder een microscoop. Wanneer er een eicel gevonden wordt, wordt dit direct gemeld. Alle eiblaasjes worden aangeprikt en leeggezogen. Wanneer dit gebeurt is, wordt met behulp van een speculum (eendebek) de vagina nog gecontroleerd op prikgaatjes en een eventueel bloedinkje wordt gestelpt.

De gevonden eicellen worden overgebracht in een kleine buis met spoelmedium. Nadat de gehele vloeistof goed is nagekeken, worden de gegevens opnieuw gecontroleerd door arts of verpleegkundige en de analist en geparafeerd. De gehele ingreep, waarbij uw partner aanwezig mag zijn, duurt ongeveer twintig minuten.
Na de ingreep hoort u naast het aantal gevonden eicellen ook of de zaadkwaliteit voldoende is.

(Opmerking: Als de blaasjes niet via de schede aangeprikt kunnen worden, zal de punctie indien mogelijk via de buik uitgevoerd worden. Dit komt echter vrijwel nooit voor en is meestal vooraf al bekend.)

Ondertussen in het laboratorium
Bij aankomst van het semenmonster op het laboratorium worden de gegevens op het formulier met het bijbehorende semenpotje opnieuw gecontroleerd door een tweede analist en geparafeerd. Het semenmonster wordt eerst beoordeeld en dan bewerkt in het fertiliteitslaboratorium. De bewegende zaadcellen worden hierbij gescheiden van onbeweeglijke en minder goed beweeglijke zaadcellen en de spermavloeistof. Na de bewerking worden het totale aantal zaadcellen, het percentage beweeglijke zaadcellen en de morfologie (vormen/ uiterlijk van de zaadcellen) opnieuw geteld. Er moeten genoeg beweeglijke zaadcellen over zijn om de ICSI te kunnen verrichten. Als er te weinig zaadcellen blijken te zijn voor de ICSI, kunnen we vragen om nog een semenmonster te produceren.

Na de punctie worden de eicellen ontdaan van een overmaat aan cumuluscellen (steuncellen) zodat de eicellen makkelijker verder ontdaan kunnen worden van deze steuncellen voorafgaand aan de ICSI. Vervolgens worden de eicellen overgebracht in een kweekschaaltje met kweekmedium erin en in de incubator (broedstoof waar de temperatuur en de luchtomstandigheden van het menselijk lichaam nagebootst worden) geplaatst. Deze stap wordt door een tweede analist gecontroleerd en geparafeerd.

Voordat de analist met de ICSI kan beginnen, worden de eicellen en de zaadcellen van de echtpaar door twee analisten gecheckt en geparafeerd. De bewerkte zaadcellen worden met behulp van micronaalden in het cytoplasma (de stroperige celvloeistof) van de eicellen geïnjecteerd met behulp van een microscoop. Voordat geïnjecteerd kan worden dienen de eicellen te zijn ontdaan van de cumuluscellen, zodanig dat het rijpingsstadium van de eicellen beoordeeld kan worden. Alleen rijpe eicellen mogen geïnjecteerd worden. Als alle eicellen geïnjecteerd zijn, worden ze in een schaaltje gezet met kweekvloeistof. Dit schaaltje wordt in een stoof bewaard. Het is dan wachten op een bevruchting.

Transportpunctie
Heeft de punctie in Breda of Den Bosch plaatsgevonden, dan zal het sperma in ons ziekenhuis worden geproduceerd in een speciaal tevoren gereserveerd kamertje. Tevens wordt de buis met opgevangen follikelvloeistof na de punctie mee naar het CVB gebracht en afgegeven aan een van de analisten. De gegevens op de buis worden met de gegevens op de papieren gecontroleerd. Vervolgens onderzoekt de analist elke druppel van de vloeistof op aanwezigheid van eicellen en behandelt de eicellen zoals hierboven beschreven wanneer de punctie in het St. Elisabeth Ziekenhuis zou hebben plaatsgevonden. Het totale aantal eicellen wordt aan de echtpaar doorgegeven en aan de transportkliniek.


En verder?
Meestal houdt u na de punctie een paar dagen wat buikpijn of een beurs gevoel en kunt u wat vloeien. Hoewel tijdens de punctie de eiblaasjes leeg gezogen worden, zullen deze zich namelijk na de punctie weer vullen met vocht; dit kan een ‘zwaar’ gevoel in de onderbuik geven. U wordt daarom geadviseerd de dag van de punctie rustig door te brengen en niet te werken. LET OP: In verband met de bijwerkingen van de medicatie (slaperigheid) mag u niet zelf autorijden op de terugweg.
Op de dag van de punctie begint u ‘s avonds met het vaginaal inbrengen van 2 progesteroncapsules (Utrogestan). Daarna gebruikt u deze capsules twee weken lang, ‘s morgens en ’s avonds 2 stuks. Dit hoeft niet op een vast tijdstip. Omdat u hiervan wat vaginale afscheiding kunt krijgen of op de punctiedag nog wat bloedverlies hebt, is het prettig om inlegkruisjes te gebruiken. Door gebruik van progesteron kan de menstruatie enkele dagen langer uitblijven dan verwacht.

Embryobeoordeling
De beoordeling van embryo’s vindt in het laboratorium dagelijks plaats door de analisten. Op de eerste dag na de punctie kijken zij of er bevruchting heeft opgetreden, dan zijn er twee kernen zichtbaar (een afkomstig van de eicel, de ander afkomstig van de zaadcel). Als een eicel door 2 of meer zaadcellen bevrucht is (meer dan 2 kernen aanwezig), wordt deze vernietigd. Deze eicel is niet goed bevrucht en bevat niet de juiste hoeveelheid genetische materiaal. Na beoordeling van de bevruchting worden de bevruchte eicellen teruggeplaatst in de stoof.

Op dag twee na de punctie wordt er gekeken of de bevruchte eicellen zijn gaan delen en er dus meerdere cellen ontstaan zijn. Vanaf twee cellen spreken we van een embryo. Bij de beoordeling van het embryo wordt het aantal cellen (blastomeren), de gelijkheid van de cellen, fragmentatie en granulatie (korreltjes) beoordeeld en wordt hieraan een gradatie gegeven van slecht tot perfect.

– Perfect: de blastomeren zijn mooi, even groot, er zijn nauwelijks korreltjes en er zijn vrijwel geen fragmenten
– Redelijk: de blastomeren zijn minder mooi, wijken wat af in grootte of vorm of zijn wat gegranuleerd (gekorreld). Er is maximaal 20 procent fragmentatie aanwezig
– Matig: de blastomeren zijn niet even groot en onregelmatig van vorm, eventuele granulatie is duidelijk zichtbaar. Er is maximaal 20 tot 50 procent fragmentatie aanwezig
– Slecht: de blastomeren zijn onregelmatig van vorm, bijna niet te onderscheiden of geheel gegranuleerd. Er is meer dan 50 procent gefragmenteerd. De blastomeren bevatten meerdere kernen (MNB)
– Degeneratief: het embryo is vrijwel geheel gesneuveld
– Fragmentatie: het embryo is volledig uit elkaar gevallen

Na de beoordeling worden de embryo’s teruggeplaatst in de stoof. De volgende dag (dag drie, ook de dag van de terugplaatsing) worden de embryo’s opnieuw beoordeeld en het beste embryo wordt geselecteerd voor de terugplaatsing. De overige embryo’s worden tot twee dagen na de terugplaatsing beoordeeld of ze geschikt zijn voor invriezen. Bij de selectie voor invriezen wordt er gekeken of de embryo’s goed doorgroeien en er mooi genoeg uitzien om ingevroren te kunnen worden. (Binnen twee, drie weken na de terugplaatsing ontvangt u een brief of er wel of geen embryo’s ingevroren zijn.)

Helaas kan het voorkomen, op de dag na de punctie, dat er geen zichtbare bevruchting is opgetreden. De eicellen worden dan toch terug in de stoof geplaatst om ze een dag later nogmaals te beoordelen. Het kan zijn dat de tekenen van de bevruchting gemist zijn, in dat geval zien we op dag twee dat er embryo’s ontstaan zijn. Als op dag twee bij beoordelen blijkt dat er geen embryo’s zijn ontstaan, houdt dat in dat de eicellen niet bevrucht zijn door de zaadcellen. Er wordt getracht de oorzaak te achterhalen van de uitblijvende bevruchting, maar vaak wordt er helaas geen verklaring voor gevonden. Hierdoor ontstaat er een ICSI-indicatie voor de volgende behandeling.

Embryotransfer
Drie dagen na de punctie hebben de analisten één of twee embryo’s voor u geselecteerd wanneer de bevruchting en embryo-ontwikkeling goed verlopen zijn. De afspraak voor de terugplaatsing is gelijk met de afspraak voor de punctie gemaakt.

Voordat de daadwerkelijke embryotransfer uitgevoerd kan worden, moet eerst een identificatiecontrole uitgevoerd worden. Een ponsplaatje, rijbewijs, paspoort of een identiteitskaart volstaat. Deze controle wordt uitgevoerd door de analist, direct nadat u bent binnengeroepen in de behandelkamer. Vervolgens wordt u verteld hoeveel embryo’s er ontstaan zijn die geschikt zijn voor terugplaatsing en of er één of twee embryo’s voor u klaar liggen. Daarna mag de patiënte haar blaas legen en de onderkleding uitdoen.

Voor de embryotransfer wordt eerst de baarmoedermond in beeld gebracht met behulp van een eendenbek. Vervolgens wordt de baarmoedermond gepoetst met een speciale zoutoplossing. Ondertussen wordt het embryo uit de stoof gehaald en de behandelend arts controleert of de namen op het kweekschaaltje met het embryo goed zijn en zet na de terugplaatsing een paraaf op het werkformulier. door een analist in een druppeltje vocht opgezogen met een dun slangetje. Dit slangetje wordt daarna voorzichtig via de vagina de baarmoeder ingeschoven waarna dit druppeltje met het embryo achtergelaten wordt. Dit is in de meeste gevallen een pijnloze ingreep die slechts enkele minuten duurt. Als er twee embryo’s teruggeplaatst worden, gebeurt dit gelijktijdig. Na de overdracht wordt het gebruikte slangetje altijd nog even gecontroleerd. Een enkele keer blijkt namelijk dat een embryo nog kleeft aan de binnenwand. We zullen dan de procedure van het inbrengen van het slangetje moeten herhalen. Daarna volgt weer controle.

Een enkele keer vindt er geen bevruchting plaats of groeit het embryo niet door en kan er geen terugplaatsing plaatsvinden. U wordt dan ‘s morgens op de dag van de geplande terugplaatsing zo vroeg mogelijk gebeld zodat u niet voor niets naar het ziekenhuis hoeft te komen. U mag dan stoppen met de progesteroncapsules en u wordt verzocht om op korte termijn een afspraak te maken op het fertiliteitspreekuur op de polikliniek, zodat het vervolgtraject met u kan worden besproken.

Is het mogelijk het embryo te verliezen?
Veel patiënten zijn na de terugplaatsing bang dat het embryo uit de baarmoeder kan vallen. Dit idee komt onder andere voort uit een verkeerde voorstelling van een baarmoeder. In tegenstelling tot wat op bijna iedere tekening te zien is, is de baarmoeder geen echte holte, maar liggen de wanden tegen elkaar met een heel dun vloeistoflaagje er tussen. Een embryo dat teruggeplaatst is, ligt als het ware als een suikerkorreltje tussen een boterham met pindakaas geplakt en kan dus echt niet verloren worden.

Wanneer dit met u afgesproken is, blijft u doorgaan met de vaginale progesteroncapsules totdat deze op zijn.
In principe krijgt u twee tot drie weken na de terugplaatsing schriftelijk bericht over of er embryo’s ingevroren zijn en zo ja, om hoeveel embryo’s in hoeveel rietjes het dan gaat. Uiteindelijk worden er in 50-60 procent van alle IVF- en ICSI-behandelingen overgebleven embryo’s ingevroren. Echter, slechts 10-15 procent van alle ontstane embryo’s zijn daarvoor geschikt. Dit betekent dat er dus ook veel embryo’s verloren gaan. Mocht een embryo aan de strenge selectie-eisen van het laboratorium hebben voldaan om ingevroren te worden, dan kan dit in 90-95 procent van alle gevallen ook daadwerkelijk later teruggeplaatst worden na ontdooien.

Het invriezen van embryo’s
De embryo’s die overgebleven zijn worden tot twee dagen na de terugplaatsing beoordeeld of ze geschikt zijn voor invriezen. Bij de selectie voor invriezen kijken we of de embryo’s goed doorgroeien en er goed genoeg uitzien om in te kunnen vriezen.

Voordat embryo’s ingevroren kunnen worden, moeten de embryo’s eerst bewerkt worden, zodat de embryo’s niet te veel beschadigen tijdens de invriesprocedure. De embryo’s worden in een vloeistof (invriesmedium) gebracht die water aan het embryo onttrekt. De cellen van het embryo lijken dan te krimpen. Hierna worden de embryo’s uit de vloeistof opgezogen in een rietje en langzaam ingevroren. De rietjes met embryo’s worden geplaatst in het invriesapparaat. Hierin worden de embryo’s langzaam ingevroren zodat ze na ongeveer twee en een half uur in het vat met vloeibare stikstof van -196 graden geplaatst kunnen worden, waarin ze opgeslagen blijven voor onbepaalde tijd.

Bekijk onze video over ICSI:

Inhoud niet beschikbaar.
Accepteer cookiesdoor op Accepteren in de banner te klikken

Deze website gebruikt alleen functionele cookies om goede werking van de website te garanderen. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten