Leefstijl: alcohol, gewicht, roken, voeding en leeftijd

De manier waarop je door het leven gaat, welke keuzes je maakt om gezond te leven, hebben vaak te maken met de volgende onderwerpen:
– Alcohol
Gewicht
Roken
Voeding
Leeftijd

De leeftijd van de vrouw is een zeer bepalende factor voor de kans op een gezond kind. Ook al kan je je leeftijd niet beïnvloeden, je leeftijd dient wel een belangrijke factor te zijn in de keuzes die je maakt ten aanzien van zwanger willen worden.

Alcohol
De Gezondheidsraad in Nederland adviseert stellen die zwanger proberen te worden om geen alcohol te drinken. Alcoholgebruik zou zowel de vruchtbaarheid van de man, als de vruchtbaarheid van de vrouw verminderen. Tijdens de zwangerschap kan de man natuurlijk weer alcohol gebruiken.

Alcohol bereikt het ongeboren kind via de placenta tijdens de zwangerschap. Via borstvoeding kan de baby ook alcohol binnenkrijgen. In beide gevallen kunnen al bij matig gebruik negatieve effecten optreden. Vrouwen doen er dan ook goed aan af te zien van alcohol tot ze stoppen met borstvoeding. Overmatig gebruik van alcohol tijdens de zwangerschap is aantoonbaar schadelijk voor het ongeboren kind en kan leiden tot lichamelijke en geestelijke handicaps. Zeer licht tot licht alcoholgebruik is af te raden, maar het is niet bewezen dat het schadelijk is.

De Gezondheidsraad hanteert het principe “Beter aan de veilige kant blijven, dan spijt krijgen achteraf”.

Gewicht
Over- en ondergewicht hebben een negatieve invloed op vruchtbaarheid en zwangerschap. Om te bepalen of iemand over- dan wel ondergewicht heeft, wordt de bodymass index (BMI) gehanteerd. Deze wordt berekend door het gewicht (kg) te delen door de lengte (m) in het kwadraat. Een BMI tussen 20 en 25 staat voor een normaal gewicht. Bij een BMI van onder de 18 spreken we van ondergewicht, boven 25 over overgewicht en boven de 30 over ernstig overgewicht.

Ondergewicht
Indien er sprake is van ondergewicht, is de vetreserve te gering om een zwangerschap gezond te kunnen doorstaan. Vaak hebben vrouwen met ondergewicht cyclusproblemen. Zij kunnen pas behandeld worden nadat zij voldoende zijn aangekomen.

Overgewicht
Overgewicht brengt ook specifieke risico’s met zich mee. Zowel de vruchtbaarheid, zwangerschap als bevalling kunnen negatief beïnvloed worden. Veel vrouwen met overgewicht krijgen cyclusproblemen. Daarnaast is bekend dat vrouwen met overgewicht minder vruchtbaar zijn, moeilijker te stimuleren zijn met hormonen als een vruchtbaarheidsbehandeling aangewezen is, meer risico op miskramen hebben en meer kans hebben op het krijgen van een kindje met aangeboren (hart-) afwijkingen.

Daarnaast hebben deze vrouwen meer kans op diabetes (suikerziekte) en hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap. Ook eindigt de bevalling vaker in een keizersnede. Daarna is er meer kans op een gestoorde wondgenezing.

Op de lange termijn bestaan er ook gezondheidsrisico’s. Te denken valt aan versleten knieën of heupen (artose), suikerziekte, hart- en vaatziekten, kanker en galstenen.

Afvallen is dus van essentieel belang voor de vruchtbaarheid op korte termijn, maar ook een investering voor het verdere leven! Als er sprake is van ernstig overgewicht, streven we eerst naar gewichtsverlies voor we starten met een behandeling. Patiënten met een BMI boven de 40 moeten we uit veiligheidsoverwegingen weigeren voor een behandeling.

Roken
Door te roken verkleinen mannen de kans op vaderschap, in ieder geval als de zwangerschap door ICSI (Intra Cellular Sperm Injection, een methode waarbij de zaadcel direct in het ei wordt geïnjecteerd) of IVF tot stand moet komen. Vrijwel zeker geldt dit in grotere mate voor spontane zwangerschapskansen. Dr Michael Zitzmann, uit het Instituut voor Reproductive Medicine in München, Duitsland, presenteerde op ESHRE in Wenen de resultaten van zijn onderzoek naar DNA veranderingen in de spermatozoa als gevolg van roken.

Zijn team bestudeerde in totaal 301 paren, waarvan de helft in aanmerking kwam voor ICSI en de andere helft voor IVF. Van de 153 ICSI paren rookten 71 mannen meer dan vijf sigaretten per dag; bij de IVF groep waren dat er 68. In beide groepen dus 46 procent. In deze groepen werd verder gekeken naar leeftijd, semen parameters en het aantal teruggeplaatste embryo’s.

Voor ICSI was het succes, berekend naar het aantal voortgaande zwangerschappen 22% als de aspirant-vader rookte, terwijl de niet rokende mannen 38 procent scoorden! Voor IVF lagen deze waarden, zoals te verwachten is, iets lager met 18 en 32 procent.

Roken van de man bleek de enige voorspeller in de ICSI groep. In de IVF groep telden ook de andere onderzochte parameters mee.

Zowel in de ICSI als in de IVF groep gaf de odds ratio van 2,5 aan, dat het succespercentage, gemeten aan doorgaande zwangerschappen bij niet rokende mannen twee en een half keer zo groot is als bij hun rokende lotgenoten.

De vrouwelijke roker
Mannen bleken niet de enige boosdoeners. In hetzelfde onderzoek bleek dat bij rokende vrouwen het gemiddelde aantal eicellen dat uit het ovarium kon worden geoogst daalde van 11,7 naar 9,5 per cyclus. (Dezelfde trend werd gezien als gevolg van de leeftijd: hoe ouder de vrouw, des te minder eicellen werden verkregen. Er was geen relatie tussen leeftijd en roken)

Uiteraard luidde Zitzmann’s advies om roken te staken. Het onderzoek gaf geen uitsluitsel hoe lang van te voren roken moest worden gestaakt om het negatieve effect te niet te doen. In aanmerking nemende dat de aanmaak van een zaadcel 72 dagen duurt, ligt het voor de hand om dat minstens een aantal maanden voor de ICSI of IVF te doen. Zitzmann: “We willen benadrukken dat roken niet alleen de eigen gezondheid schaadt, maar dat het in geval van ART de vrouw blootstelt aan een hoger aantal stimulaties, met alle risico’s en de kosten van dien.”

Roken en eileiders
Inmiddels is aangetoond dat roken leidt tot verminderde afweer, hetgeen leidt tot een groter risico op PID (eileiderontsteking) en verminderde beweeglijkheid van de tubae (eileiders). Verder is uit epidemiologische studies gebleken, dat vrouwen van wie de moeder tijdens de zwangerschap rookte, een verminderde vruchtbaarheid hebben. Hoe dit precies wordt veroorzaakt werd door Dr Matthews en haar groep uit Leeds, UK, onderzocht. Zij keken naar het effect van pre- en postnatale expositie aan sigarettenrook en tuba-afwijkingen.

Het betrof een retrospectieve analyse van 239 vrouwen die IVF of ICSI ondergingen. Deze kregen allen het verzoek een vragenlijst in te vullen betreffende hun rookgedrag, maar ook dat van hun moeders. Met name werd gevraagd of hun moeder rookte toen ze zwanger van haar was.

Na de punctie werd in de follikelvloeistof de concentratie aan cotidine (een objectieve maat voor blootstelling aan tabak) gemeten.

Natuurlijk werden ook andere risicofactoren voor tubapathologie in ogenschouw genomen, zoals leeftijd, sociale klasse, eerdere abortus provocatus, eerdere EUG en alcoholgebruik. Hierdoor kon een analyse worden gedaan door middel van logistische regressie naar roken als onafhankelijke factor.

Rooksters hadden een ruim twee keer zo grote kans op tubapathologie als niet-rooksters (68 procent versus 29 procent). Opvallend echter was dat niet-rokende vrouwen, die intra-uterien aan roken waren blootgesteld, een bijna twee keer zo grote kans op tubapathologie hadden als vrouwen van wie de moeder in de zwangerschap niet had gerookt (44 procent versus 29 procent). De conclusie luidde dat roken in de zwangerschap reeds blijvende schade kan veroorzaken aan de eileiders van het nog ongeboren meisje.

Andere aanwijzingen
Tielemans c.s. (Institute for Risk Assessment Sciences, Division of Environmental and Occupational Health, University of Utrecht) stelden in het julinummer van het American Journal of Epidemiology, dat het in epidemiologische studies een onjuiste aanname kan zijn dat de patiënten en de controles op dezelfde wijze werden geselecteerd. Immers, zo stellen zij, kan een man met vruchtbaarheidsproblemen reeds eerder om die reden zijn gedrag hebben veranderd. Op deze wijze kan dus een selectiebias optreden als eigenschappen van onvruchtbare mannen met die van vruchtbare mannen worden vergeleken.

Tielemans onderzocht de relatie tussen het roken van sigaretten en de invloed hiervan op de semen parameters in een cohort uit 1995-1996. Om het risico van bias te vermijden werd eerst in een subgroep gekeken, die nog minder ver was gedifferentieerd naar soort van onvruchtbaarheid: men wist nog niet of de oorzaak bij de man of de vrouw lag. In deze groep was de relatie tussen roken en onvruchtbaarheid groter dan in het totale cohort. Bovendien bleek, dat als de vrouw ook rookte, het roken van de man nog sterker ging meetellen.

Deze publicatie benadert de bovengenoemde risico’s van een andere kant maar komt tot een zelfde bevinding.

Er is dus weer een nieuwe tekst voor op het pakje sigaretten: “Roken schaadt uw vruchtbaarheid”.

Verdere onderzoeken
Een artikel in een wereldwijd toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift Fertility and Sterility kwam in 2006 al met de volgende conclusies over de effecten van roken op de vruchtbaarheid:

– De beschikbare biologische, experimentele en epidemiologische gegevens laten zien dat 13 procent van de huidige verminderde vruchtbaarheid word toegeschreven aan het roken
– Roken versnelt het verlies van de vruchtbaarheid bij de vrouw en kan de overgang één tot vier jaar vervroegen
– Roken veroorzaakt een grotere kans op een spontane miskraam en buitenbaarmoederlijke zwangerschap
– Beschadiging van het genetisch materiaal is een van de mogelijke manieren waardoor vruchtbaarheid en voortplanting aangetast kunnen worden
– Grootschalig literatuur onderzoek laat zien dat rokers voor een zwangerschap tweemaal zoveel IVF-behandelingen nodig hebben dan niet rokers
– Zaaduitslagen en zaadfunctietesten zijn bij rokers minder goed dan bij niet rokers
– De schadelijke effecten van ‘passief roken’ zijn nu definitief vastgesteld en lijken een even groot negatief effect te hebben op vruchtbaarheid als bij de rokers zelf
– Dokters kunnen mensen helpen te stoppen met roken door het geven van uitleg, monitoring en individuele ondersteuning
– De huidige wetenschappelijke gegevens ondersteunen een preventieve aanpak van de verminderde vruchtbaarheid door rokers te helpen stoppen en zowel mannen als vrouwen niet met sigarettenrook in aanraking te laten komen

Bron: Fertility and Sterility, Volume 86, Issue 5 (Supplement), Pages S172-S177 (November 2006)

Passief (mee) roken
De wetenschappers van de McMaster University in Hamilton, deden onderzoek naar de kans van slagen van kunstmatige bevruchting (IVF) bij 225 patiënten. Zij ontdekten dat de behandeling bij vrouwen die niet rookten, ruim twee keer zo vaak succesvol was als bij vrouwen die rookten of samenwoonden met een rokende partner. Het verschil tussen de laatste twee groepen was te verwaarlozen.

Passief roken (dan wel ongewild meeroken):
– Al na 30 minuten in een rokerige ruimte, krijgt een niet-roker last van een verhoogd koolmonoxide gehalte in het bloed, een snellere hartslag en een hogere bloeddruk.  De effecten van passief roken betekenen een verlaging van de maximale bescherming tegen: oog- neus- en keelirritaties en beschadiging van kleine luchtkanaaltjes in de longen
– Jaarlijks sterven er 600 mensen door passief roken
– 40 uur per week passief roken, is gelijk aan vijf sigaretten per dag!!
– Baby’s van ouders die thuis roken lijden vaker aan longaandoeningen
– Zij-stroomrook (rook die voornamelijk van het brandende eindpunt komt) bevat vijf keer zoveel giftige gassen en 46 keer zoveel ammoniak als de rook die geïnhaleerd wordt
– Tijdelijke vergiftiging door zij-stroomrook kan dus sneller plaatsvinden in een gesloten auto

‘Geen IVF voor rooksters’
Vrouwen die roken moeten geen IVF- behandeling krijgen. Dat zei prof. Dr. Nick Macklon, hoofd van de afdeling fertiliteit aan het UMC Utrecht, in zijn inaugurele rede.

Roken halveert de kans op succesvolle IVF, oftewel reageerbuisbevruchting. Een rokende vrouw van 33 heeft dezelfde kans op een succesvolle behandeling als een niet-rookster van 43 jaar. Dat is de leeftijd waarop vrouwen in Nederland voor IVF niet meer geaccepteerd worden, omdat de kans van slagen te laag wordt. Rokende vrouwen hebben doorgaans vier tot zes IVF-cycli nodig om een kind te krijgen. Bij niet-rokers is dat gemiddeld twee à drie cycli.

Macklon wijst erop dat ook de gezondheid van het kind in het geding is. “De schade die roken aanricht is echt indrukwekkend. Dat is nu wel duidelijk genoeg. IVF is een dure, complexe en zware behandeling. Het lijkt mij niet de moeite waard om daarmee te beginnen bij een paar dat zelf zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Zij hebben meer invloed op het resultaat dan wij.”

Macklon vindt dat artsen zich meer moeten bemoeien met de leefstijl van paren die in aanmerking willen komen voor IVF. “We kunnen bestaande stoppen-met- roken-methodes gebruiken, maar we moeten ook zelf nieuwe programma’s ontwikkelen waarin leefstijl en vruchtbaarheidsbehandeling samenkomen.” Macklon erkent dat programma’s van deze soort betrekkelijk veel tijd kosten en dat veel vrouwen die beginnen aan een vruchtbaarheidsbehandeling haast hebben. Maar: “De winst van stoppen met roken is veel groter dan wat je verliest door niet die paar maanden te wachten.”

Macklon wil over zijn standpunt in debat met collega’s. “Als ik hier in Utrecht rokers uitsluit, is de dichtstbijzijnde IVF-kliniek dertig kilometer verderop. Ik wil eerst mijn collega’s overtuigen.”

Bron: Medisch Contactlink

Voeding
Een gezonde, gevarieerde voeding is belangrijk voor alle mensen, dus ook voor hen die een kind willen krijgen. Met een gezonde voeding wordt grotendeels voldaan aan de behoeften van een (vroeg-)zwangere vrouw. Enkele voedingstoffen zijn echter al voor de bevruchting van bijzonder belang.

Zo is het belangrijk minimaal vier weken voor de beoogde bevruchting met een aanvulling van foliumzuur (0,4 mg per dag) te beginnen om de kans op een kind met een neuralebuisdefect (bijvoorbeeld een open ruggetje) te verkleinen.
Daarnaast moet de hoeveelheid vitamine D in het lichaam op peil zijn. Vooral vrouwen die weinig zonlicht krijgen of die een zeer donkere huid hebben, wordt vitamine D aanvulling aanbevolen.
Het eten van leverproducten wordt afgeraden om een teveel aan vitamine A te voorkómen.

Leeftijd
De aanwezigheid van follikels (eiblaasjes)  in het ovarium (de eierstok)  is essentieel voor zowel de vruchtbaarheid als voor een goede productie van vrouwelijke hormonen. Ook in het ovarium vindt een continu proces plaats van veroudering van de follikels gevolgd door celdood (apoptosis).

Pas in de laatste tientallen jaren is er enig inzicht gekomen in de consequenties van het ouder worden van de eierstokken voor de fertiliteit (vruchtbaarheid) van een vrouw. Het theoretisch model is dat een vrouwelijke foetus al in de 20e week haar maximum aantal van ongeveer zeven miljoen eicellen heeft bereikt. Hierna begint het continue proces van verlies van eicellen (700 tot 1000 per maand!).

Bij de geboorte heeft ze er nog ongeveer één miljoen, verborgen in de nog niet ontwikkelde eiblaasjes. Rond de pubertijd zijn er nog 300.000 over. Het inmiddels volwassen geworden hormonalebesturing systeem, zal nu één van de ruwweg 700 eicellen die ze maandelijks verliest ‘redden’. Dit blaasje met de ‘geredde’ eicel komt tot rijping, eisprong en afgifte van één eicel.

Vruchtbare periode
Met het oplopen van de leeftijd neemt de kans op een miskraam snel toe. Gemiddeld eindigt 10 procent van alle zwangerschappen in een miskraam. Zo is de kans op een miskraam bij vrouwen tussen de 35 en 40 jaar ruim 20 procent en bij vrouwen ouder dan 40 jaar meer dan 40 procent. Wanneer je dus als ‘oudere’ vrouw zwanger raakt, breekt er een hele spannende periode aan of de zwangerschap wel zal eindigen in de geboorte van een gezond kind. Prenatale diagnostiek in de vorm van combitest, NIPT (Niet Invasieve Prenatale Test), etc. kan uitkomst bieden.

Menopauze
De opvallende versnelling in het verdwijnen van het aantal follikels dat gemiddeld omstreeks het 38e jaar optreedt wordt veroorzaakt door het stijgen van het FSH, waardoor meer follikels worden geactiveerd. Op een gemiddelde leeftijd van 52 jaar is de totale voorraad eicellen op en komt de vrouw in de overgang.

Maar ook als een vrouw langdurig geen eisprongen heeft, bijvoorbeeld door de pil of zwangerschappen, zal zij met dezelfde snelheid haar eicellen verliezen en op dezelfde gemiddelde leeftijd van 52 jaar de overgang bereiken.
De medische term voor het eind van de overgang is menopauze.

Deze vermindering van kwantiteit en kwaliteit van de eicellen zijn de oorzaak van de vermindering van de vruchtbaarheid bij het ouder worden. Vruchtbaarheid en (peri) menopauze zijn namelijk aan elkaar gerelateerd. De vruchtbaarheid eindigt ongeveer tien jaar voor de menstruaties ophouden.

Omdat de leeftijd waarop de menopauze plaatsvindt vooral genetisch bepaald is, is het belangrijk dat vrouwen bij wie de menopauze in de familie vroeg optreedt (bij moeder, tante, zussen) hun zwangerschappen niet te lang uitstellen.