"Om achter de oorzaak van de verminderde vruchtbaarheid te komen"

Oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO)

Om achter de oorzaak van de verminderde vruchtbaarheid te komen, wordt er gestart met een oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO). Dit onderzoek wordt gemiddeld binnen twee maanden afgerond.

Tijdens het oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO) kunnen middels een vragenlijst en diverse onderzoeken onder andere de volgende facetten worden beoordeeld:

– Spermakwaliteit
– Coïtus(frequentie) (geslachtsgemeenschap), seksuologische problematiek
– Baarmoeder
– Eileiders
– Buikholte
– Eerdere bevruchting=fertilisatie (alleen rechtstreeks te beoordelen bij IVF of ICSI, indirect bij zwangerschap)
– Eerdere zwangerschap (innesteling)
– Regelmaat van de cyclus, samenhangend met hormonale status
– Eicelreserve (eicelkwaliteit en kwantiteit)
– Duur onvervulde kinderwens (duur van de subfertiliteit)
– Leefstijlfactoren, zoals leeftijd, roken, gewicht etc.

De kwaliteiten van bovengenoemde facetten vormen tezamen de kans op een spontane zwangerschap.

Na afsluiting van het oriënterend fertiliteitsonderzoek wordt aan de hand van een bepaalde formule (Hunault) berekend hoeveel kans een paar heeft op een spontane zwangerschap het komende jaar. In een uitvoerig gesprek wordt afhankelijk van die kans besloten of er afgewacht gaat worden of dat er een bepaalde behandeling gestart kan worden.